Taal selecteren

Praktische tips 8 december 2020
Weten hoe dingen werken: praktische tips voor verdere producten

Voor de succesvolle omgang met onze producten bieden wij u inzichten en toepassingsinformatie.

Praktische tips

  • Voor installaties voor zonne-energie
  • Voor stroomvoorziening
  • Voor armaturen
  • Voor de interfacekeuze

Praktische tip voor installaties voor zonne-energie

  • Module- en stringstroommetingen door stroomsensoren in zonne-energie installaties

Tip: stroomsensoren meten stromen in modules en strings van zonnesystemen

Het prestatievermogen van installaties voor zonne-energie is niet alleen afhankelijk van de zonnestraling, maar ook van de storingsvrije werking van de zonnepanelen. Om deze te controleren, kunnen stroommetingen worden uitgevoerd met de WAGO 789-620 en 789-621 stroomsensoren tijdens bedrijf in de meetbereiken van 0 tot 80 A DC en 0 tot 140 A DC - met een meetnauwkeurigheid van 0,5% van de eindwaarde , Aan de hand van deze metingen kan een defect aan de zonnepanelen snel worden herkend.

De stroomsensor kan als MODBUS slave op het WAGO-I/O-SYSTEM, op de To-Pass-remote module of op de HMI Panels van de productfamilie PERSPECTO® worden aangesloten. Per RS-485-lijn kunnen maximaal 32 sensoren in serie worden toegevoegd. De adressering gebeurt met behulp van DIP-schakelaars. Dankzij deze eigenschappen kunnen applicaties voor de bewaking voordelig en eenvoudig in fotovoltaïsche systemen worden geïnstalleerd.

Praktische tips voor de stroomvoorziening

  • Gedecentraliseerde voeding met EPSITRON® COMPACT Power
  • Kleinere afmetingen, grotere variabiliteit: EPSITRON®-voedingen

Tip: Decentrale voeding met EPSITRON® COMPACT Power

De levering van gedecentraliseerde besturingen, schakelrelais en actuators vereist compacte, maar krachtige voedingen in kleine verdelers en platte bedieningspanelen. De productserie EPSITRON® COMPACT Power is precies ontworpen voor deze toepassing: met een hoogte van slechts 55 mm passen de apparaten zelfs daar waar slechts weinig ruimte beschikbaar is. Door het seriemontageformaat met breedtes van 54, 72 of 90 mm (overeenkomend met 3, 4 of 5 modules volgens DIN 43880) kunnen de apparaten ook in kleine verdelers en tellerkasten worden geïnstalleerd zonder ruimte te verliezen.
Natuurlijke convectie vindt niet altijd plaats afhankelijk van de installatiesituatie, bijv. in een plafondmontage. Als een dergelijke installatiemethode onvermijdelijk is, is het gebruik van de COMPACT-Power-netvoedingen ideaal. Ze zijn universeel monteerbaar met de juiste derating. Typisch zijn spanningen vereist van 12V of 24V DC voor decentrale voedingen, met uitgangsvermogens tot ongeveer 100 W. Dit wordt geleverd door de COMPACT-Power-netvoedingen waarvan de uitgangsspanning natuurlijk galvanisch van de ingangszijde is gescheiden en aan de vereisten voldoet overeenkomstig EN 60950-1 (SELV, Safety Extra Low Voltage).

Montage boven het hoofd toegestaan (derating in acht nemen)

Het grote instelbereik van de uitgangsspanning kan worden gebruikt om lijnverliezen te compenseren of om voeding te leveren aan bijv. meettechniek met speciale spanningen zoals 15V of 18V DC. In geval van overbelasting of kortsluiting reageren de apparaten met een constant stroomgedrag, d.w.z. ze beperken de uitgangsstroom tot ongeveer 110% van de nominale stroom. Dit gedrag is gunstig, wanneer bijv. een aangesloten belasting een hoge startstroom als gevolg van interne capaciteiten heeft. Als gevolg van dit gedrag kunnen de COMPACT-Power-netvoedingen op betrouwbare wijze elke belasting starten, zolang de continue stroom onder de nominale stroom van de voedingseenheid ligt.
Een snelle en foutloze opstart is steeds gewenst. Het gereedschapsloos vastklikken op de montagerail DIN 35, de gekleurde identificatie van de invoer- en uitvoerzijde, de markering van de trillingsvrije en onderhoudsvrije CAGE CLAMP®-aansluitingen alsook een DC-O.K.-weergave van de COMPACT Power-netvoedingen ondersteunen de gebruiker hierbij.
Groot ingangsbereik 85 ... 264 V AC en netstoringsoverbrugging zorgen voor betrouwbaarheid van de voeding, zelfs bij spanningsdips van meer dan één periode.
De COMPACT Power netvoedingen voldoen aan beschermingsklasse II, de aansluiting aan de primaire zijde is eenvoudigweg op L en N, lekstromen ten opzichte van PE kunnen niet optreden.
Een voordeel bij toepassing in IT-netwerken, zoals bijv. te vinden in ziekenhuizen. WAGO biedt momenteel zeven verschillende COMPACT-Power-apparaten met nominale uitgangsstromen van 1,3 A, 2,5 A en 4 A (DC 24 V), 2 A, 4 A en 6,5 A (DC12 V) en 2 A (DC 18 V) aan.

Tip: kleinere afmetingen, grotere variabiliteit: EPSITRON®-voedingen

De EPSITRON® ECO en COMPACT Power voedingen zijn dankzij hun veelzijdige montageopties en de slanke constructie geschikt voor een breed scala aan toepassingen.
Hierdoor kan de draagrailadapter van de EPSITRON® ECO-Power-voedingen flexibel op het apparaat worden gemonteerd.
Bovendien is er ook de mogelijkheid van een variabele schroefmontage dankzij de bevestigingsflenzen.
De EPSITRON® COMPACT-voedingen zijn dankzij hun serie-inbouwbehuizing volgens DIN 43880 uitstekend geschikt voor gebruik op DIN-rails in installatieverdelers. Ook deze apparaten hebben montagelipjes die een variabele schroefmontage van de voeding mogelijk maken. Voor betere koeling in alternatieve montageposities kan de frontplaat worden verwijderd.

Schroefmontage/ Afneembare frontplaat

Praktische tips voor armaturen

  • Verlichting sneller installeren – met Linect®
  • Moderne armaturen met elektronische voorschakelapparaten

Tip: Armaturen sneller installeren – met Linect®

De montage en aansluiting van armaturen was tot zover een tijdsintensieve aangelegenheid bij gebruik van conventionele aansluittechnieken. De fabrikant-onafhankelijke Linect®-interface is de beslissende doorbraak en ontwikkelt zich momenteel tot een nieuwe standaard voor de insteekverbinding van technische armaturen.

Naast het eenvoudige aanbestedingsproces, stelt Linect® de elektricien ter plaatse in staat om eenvoudig en snel te installeren. Dankzij het WINSTA®-connectorsysteem van WAGO zorgen voorgemonteerde kabels en mechanisch gecodeerde componenten voor een snelle en foutloze montage op de bouwplaats.

Blijf variabel

Maar zelfs als conventionele bedrading vereist is, hoeft er niets veranderd te worden, omdat de Linect®-armaturen zowel een conventionele als een plugbare netaansluiting toelaten. Hierdoor en door de uniforme interface worden het aantal varianten gereduceerd: terwijl voorheen plugbare armaturen vaak afzonderlijk bij de fabrikant moesten worden besteld, zullen de Linect®-armaturen in de toekomst op voorraad zijn bij de groothandel.
De armaturen zijn hiervoor met een Linect®-armatuuraansluitklem, zoals bijv. met de serie 294 Linect® van WAGO uitgerust. Het heeft op de bovenkant een interface voor Linect®-compatibele connectorsystemen en op de onderkant conventionele klempunten voor de directe geleideraansluiting. Dit laatste laat zich - bij voeding via connectoren - ook gebruiken, om extra verbruikers aan te sluiten, die aanvankelijk niet waren gepland.

Slechts drie montagestappen met Linect® – installeer snel en veilig!
Door de eenvoudige bediening van de aansluitklem doen zich korte installatietijden voor. De connector dient slechts in de daarvoor bestemde Linect®-uitsparingen van de armatuur te worden geplaatst, vervolgens zijwaarts verschoven en dan ingedrukt totdat hij vastklikt - klaar! De constructie is zeer robuust en elimineert verkeerde aansluitingen, omdat alle componenten mechanisch zijn gecodeerd. Voor de aansluiting van de armaturen zijn verschillende gecodeerde connectoren voor functies als dimmen, noodverlichting of net beschikbaar. Alle Linect®-componenten zijn tegen aanraking beveiligd en maken vandaar de vervanging van defecte armaturen tijdens het bedrijf mogelijk. Ook het hergebruik van armaturen- en kabelsystemen bij andere toepassingen wordt hierdoor eveneens vereenvoudigd.
Een veelzijdig programma van WAGO
De insteekbare armatuuraansluiting Linect® kan eenvoudig en snel worden gerealiseerd met het WINSTA®-connectorsysteem. WAGO biedt al vijf verschillende WINSTA®-Linect®-T-connectoren van de WINSTA®-MIDI-familie, waaronder een 2-polige versie (L '; N') voor het aansluiten van noodverlichtingsarmaturen, een 3-polige versie (L; PE; N) voor aansluiting op netspanning, een 4-polige versie (N; PE; 2 / L; 1 / L ') voor noodverlichting met batterijvoeding en twee 5-polige versies. De eerste variant (N; PE; L; DA-; DA +) is bedoeld voor netspanning plus dimmen, de tweede (N; PE; L; N '; L') voor netspanning plus noodverlichting. Een derde variant (N; PE; L1; L2; L3) voor 3-fase toepassingen is beschikbaar sinds oktober 2012.
De Linect®-klem zelf is voor 16 A gespecificeerd, het WINSTA®-connectorsysteem maakt stromen tot 25 A mogelijk en biedt zo reserves voor het geval er later een bijkomende installatie dient te gebeuren.
Linect®– klaar voor de markt!
Met de beurs Light & Building 2012 is de fabrikantonafhankelijke marketingfase van Linect® gestart. Door de fabrikanten van componenten is de beschikbaarheid van het product gewaarborgd. Verlichtingsfabrikanten zoals Philips, Trilux enz. met een marktaandeel van meer dan 50% produceren Linect®-armaturen.
Meer informatie onder: http://www.linect.com

Tip: moderne verlichtingsarmaturen met elektronische voorschakelapparaten

Korte stroompieken – Fatale gevolgen

Bij het inschakelen van armaturen ontstaan gedurende korte tijd aanzienlijke stroompieken: het ongewenste effect van contactlassen kan worden voorkomen door lampbelastingsrelais. Van elektronische voorschakelapparaten voorziene, moderne lampen bieden talrijke voordelen. Ze verweken met hoog rendement flikkervrij licht. Bij de planning van nieuwe en bij het vervangen van oude verlichtingsinstallaties moet de inschakelstroom van de elektronische voorschakelapparaten nauwkeurig worden bekeken. Een condensator in het ingangscircuit van vele elektronische voorschakelapparaten veroorzaakt bij het inschakelen een behoorlijke stroompiek die ver boven de tienvoudige nominale stroom kan uitgaan. Ook wanneer deze stroom slechts weinige milliseconden actief is, kan hij tot een aan elkaar lassen van de relaiscontacten leiden.

Met welke aspecten moet er bij de planning van verlichtingsinstallatie rekening worden gehouden?

Bij de keuze van de relais is het belangrijk om rekening te houden met de inschakelstroom. Standaard relais worden hier al gauw op proef gesteld. Voor deze toepassingen heeft WAGO relaismodules ontwikkeld, waarvan de contacten korte, hoge inschakelpieken veilig beheersen. Het contactmateriaal voorkomt hierbij het plakken of aan elkaar lassen van de contacten. Voor maximale inschakelpieken staan relaismodules met twee parallel werkende contacten ter beschikking.
Het eerst schakelende contact, bestaande uit het robuuste wolfraam, vangt de stroompiek op. Het daarna schakelende tweede contact, bestaande uit goed geleidende zilverlegering, leidt de bedrijfsstroom. Als alternatief voor de relais heeft WAGO voor werkbereiken met capacitieve lasten optocouplers en solid-state-relais in het productportfolio. Speciale uitvoeringen met nulspanningsschakelaars reduceren de pieken tot een minimum.

Praktische tip voor de interfaceselectie

  • Relais of optocoupler - de selectiegids van WAGO

Tip: Relais of optocouplers? - De selectiegids van WAGO

De juiste selectie is belangrijk.
In industriële toepassingen zijn relais en optocouplers beproefde interfacemodules die een groot aantal taken kunnen uitvoeren. Er zijn echter enkele punten die in aanmerking moeten worden genomen voor een juist gebruik. Wanneer heb ik een relais nodig en wanneer is een optocoupler de betere keuze? Onder meer spelen selectiecriteria zoals de omgevingscondities van de plaats van gebruik, het toepassingsgebied, de schakelfrequentie en responstijden een grote rol.
Selectiegids relais en optocouplers
Het overzicht "RELAIS EN OPTOCOUPLER SELECTIEGIDS" bevat belangrijke informatie en een samenvatting van de meest relevante kenmerken van de twee productfamilies, zodat u een geschikte selectie voor uw toepassing kunt maken.