Taal selecteren

Praktische tips 25 januari 2021
Veiligheid en normen: praktische tips voor veiligheid en normen

Voor de juiste omgang met WAGO-producten op het gebied van veiligheid en normen hebben we alle waardevolle informatie voor u samengevat.

Praktische tips

  • Naar keurmerken en normen
  • Naar temperatuurmetingen
  • Naar installatie en toepassing

Praktische tips over keurmerken en normen

  • Steeds normatieve en veilige producten ter beschikking
  • Keurmerken en normen bij installatieklemmen
  • Internationale keurmerken en informatie over WAGO-installatieklemmen

Tip: steeds normatieve en veilige producten ter beschikking

Volgens de huidige wetgeving mag een product alleen binnen de EU op de markt worden gebracht, als het voldoet aan de basisvereisten van de toepasselijke EU-richtlijnen, als die voor dit product bestaan. Met de CE-markering verklaart de fabrikant, distributeur of gemachtigde vertegenwoordiger in de EU in overeenstemming met de EU-verordening 765/2008, "dat het product voldoet aan de toepasselijke eisen die zijn vastgelegd in de Europese harmonisatiewetgeving betreffende de installatie ervan".

Verbindingsklemmen vallen onder het toepassingsgebied van de laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU

In de referentielijst van de laagspanningsrichtlijn is voor verbindingsklemmen de normreeks EN 60998 van toepassing. Alle WAGO verbindingsklemmen werden op basis van de opgesomde normen door onafhankelijke keuringsinstanties gecontroleerd en overeenkomstig gecertificeerd. Op basis van deze testresultaten en certificeringen verklaart WAGO dat deze producten in overeenstemming zijn met de eisen van de laagspanningsrichtlijn, en brengt het overeenkomstig de CE-markering erop aan.
WAGO markeert de aansluitklemmen ook met het ENEC-keurmerk. Dit keurmerk mag alleen worden gebruikt, als tijdens de productie behalve aan de succesvolle uitwendige typekeuring van het product ook aan andere eisen wordt voldaan (zoals de toepassing van een kwaliteitssysteem op ten minste het niveau ISO 9000, regelmatige tests van de eindproducten en gedocumenteerde productiecontroles) en dit aan een extern testinstituut is aangetoond. Het ENEC-keurmerk biedt WAGO-klanten het voordeel ten opzichte van soortgelijke certificeringen van nationale testinstituten (zoals het VDE-keurmerk), waarmee niet alleen wordt bevestigd dat wordt voldaan aan de normen die gelden in het betreffende land. Veeleer dekt het ENEC-keurmerk, ongeacht de instantie van afgifte, tegelijk alle certificeringen van alle nationale testinstituten die de ENEC-overeenkomst hebben ondertekend. Momenteel zijn er 25 bekende keuringsinstanties die ENEC-certificaten kunnen afleveren. Hiertoe behoren VDE Prüf- und Zertifizierungsinstitut GmbH, SGS Fimko Ltd, DEKRA Certification BV en de British Standards Institution.

Tip: keurmerken en normen bij installatieklemmen.

DIN VDE 0100-520 voor kablage- en bedradingssystemen in gebouwen definieert dit duidelijk: bij de installatie van deze systemen mogen voor het aansluiten van de geleiders alleen klemmen worden gebruikt die voldoen aan de geldende Europese of afgeleide Duitse productnormen. Voor de verbindingsklemmen is hiervoor DIN EN 60998 (VDE 0613) en voor de rijgklemmen DIN EN 60947 (VDE 0611) vernoemd. In noodgevallen moet de installateur van een installatie aantonen dat de producten die hij gebruikt aan deze normen voldoen. WAGO laat daarom alle klemmen door onafhankelijke keuringsinstituten volgens de genoemde normen goedkeuren om de installateur maximale productveiligheid te bieden. De behaalde keurmerken worden op de verpakkingen en de producten aangebracht. Op verzoek stelt WAGO ook de certificaten ter beschikking.

Gekeurd en goed bevonden

Voor de goedkeuring van klemmen voor gebruik in Duitsland en in heel Europa bestaan er drie goedkeuringsprocedures die tot verschillende keurmerken leiden. De goedkeuringen verschillen ook onderling wat betreft het gebruik van de productnormen en wat betreft de landen waar ze geldig zijn (zie tabel).
Nieuwe goedkeuringen voor verbindingsklemmen conform EN 60998 worden door WAGO volgens de ENEC-procedure doorgevoerd. Deze procedure komt overeen met de procedure voor het behalen van het VDE-keurmerk, maar is met één test geldig in heel Europa. Aangezien er in de ENEC-procedure geen toelating voor rijgklemmen conform EN 60947 mogelijk is, maar er ook voor deze producten een in heel Europa geldige goedkeuring moet zijn, worden nieuwe goedkeuringen voor rijgklemmen volgens de CCA-procedure doorgevoerd. De CCA-procedure is gebaseerd op een nationale toelating in een Europees land en wordt ook met het respectieve nationale keurmerk gecertificeerd. Een aanvullend CCA-certificaat breidt de geldigheid van de nationale toelating uit naar Europa.
Met WAGO bent u zeker.
De installateur is verantwoordelijk voor de keuze van de goedgekeurde producten en de juiste installatie. Met de goedkeuring van alle klemmen van het uitgebreide productgamma volgens de geldende productnormen biedt WAGO de perfecte voorwaarden voor een normatieve installatie. Bovendien worden alle WAGO-klemmen aan interne tests met nog hogere kwaliteitseisen onderworpen. Pas na het doorstaan van deze tests worden de producten vrijgegeven en bieden zij de gebruiker het door WAGO vooropgestelde hoge veiligheids- en betrouwbaarheidsniveau.

Tip: internationale keurmerken en informatie over WAGO-installatieklemmen

WAGO-installatieklemmen worden wereldwijd door elektrotechnische installateurs gebruikt. De voorwaarde voor dit internationale gebruik is de toelating volgens de respectievelijk geldende normen. Daarom zijn de WAGO-installatieklemmen en hun verpakkingen voorzien van nationale en internationale keurmerken en geven ze nadere informatie over het betreffende toepassingsgebied. Deze geven de gebruiker aan dat hij met WAGO-installatieklemmen gestandaardiseerd materiaal in handen heeft.

Binnen Europa keurt WAGO zijn installatieklemmen goed conform de ENEC-procedure, die de conformiteit met de Europese norm EN 60998 garandeert en beantwoordt aan de procedure voor het verkrijgen van het VDE-keurmerk.

Door deze enkele test krijgen WAGO-producten een toelating voor heel Europa. Deze goedkeuring wordt door het ENEC-keurmerk aangegeven. Onder het keurmerk staat een nummer dat het identificatienummer van de certificerende instantie aangeeft. Technische gegevens over nominale spanning evenals bruikbare geleidertypen en doorsneden worden ook vermeld. De informatie over de geleidertypes wordt in het Engels weergegeven. De met een "r" (Eng. "rigid") gemarkeerde WAGO-installatieklemmen kunnen worden gebruikt voor het aansluiten van massieve of meeraderige geleiders. WAGO-installatieklemmen met de markering "s" of "sol. (Eng. "solid") kunnen massieve geleiders vastklemmen. WAGO-installatieklemmen met de markering "str. (Eng. "stranded") kunnen meeraderige geleiders vastklemmen. WAGO-installatieklemmen met de markering „f“ (Eng. "flexible") kunnen fijnaderige geleiders vastklemmen.

Indien WAGO-installatieklemmen voor de introductie van de ENEC-test werden goedgekeurd, zijn deze voorzien van nationale keurmerken, bijvoorbeeld het VDE-keurmerk, het KEMA KEUR-keurmerk (Nederland) of het DEMKO-keurmerk (Denemarken). Deze keurmerken brengen eveneens technische gegevens met zich mee. Hierbij wordt meestal slechts een geleiderdoorsnede opgegeven, geen doorsnedebereik. WAGO-installatieklemmen kunnen minstens twee volgend kleinere geleiderdoorsneden dan deze ene doorsnede conform EN 60998 aansluiten.

Naast de Europese toelating zijn de WAGO-installatieklemmen ook goedgekeurd voor de Noord-Amerikaanse markt. Het gaat hierbij met name om goedkeuringen van Underwriters Laboratories (UL) voor de VS en de Canadian Standards Association (CSA) voor Canada. In het verleden hebben deze twee keuringsinstituten een gemeenschappelijk keurmerk ingevoerd, het zogenaamde cULus-keurmerk. Overeenkomstig de eisen van de normen zijn aan de keurmerken gegevens over het toepassingsgebied gekoppeld.

In tegenstelling tot Europa gebruikt Noord-Amerika niet het metrieke systeem om de geleiderdoorsnede (in mm²) aan te geven, maar het "American Wire Gauge"-systeem (AWG).

WAGO-installatieklemmen worden ook door Japanse elektromonteurs gebruikt. Hiervoor voldoen de klemmen aan de eisen van de "Product Safety Electrical Appliance and Material Safety Law" (PSE-norm). Deze wordt gepubliceerd door de "Japan Electrical Testing Laboratories" (JET). Ook hier worden gegevens over het normatieve gebruik en over de bruikbare kabeldiameter weergegeven. In Japan wordt deze in plaats van de geleiderdoorsnede gebruikt. Door de geoptimaliseerde bouwgrootte van de WAGO-installatieklemmen kunnen de keurmerken en de bijbehorende gegevens niet altijd achter elkaar afgebeeld worden.

Praktische tips over temperatuurbereiken

  • Toegelaten temperatuurbereiken voor WAGO-installatieklemmen
  • Deskundige beoordeling van de opwarming van installatieklemmen

Tip: toegelaten temperatuurbereiken voor WAGO-installatieklemmen

Zo divers als de toepassingen in de elektrische installatie zijn, zo verschillend zijn de bedrijfsomstandigheden ter plaatse. De temperatuur is een bijzonder belangrijke bedrijfsparameter, omdat hierdoor bijzondere eisen aan de opwarming van het installatiemateriaal worden gesteld.

De Europese norm voor verbindingsklemmen EN 60998 definieert voor het gebruik van installatieklemmen drie verschillende temperatuuraanduidingen:
  • max. omgevingstemperatuur
  • max. opwarming
  • max. continue gebruikstemperatuur
De elektromonteur moet nu beslissen of de betreffende installatieklem geschikt is voor de specifieke toepassing of niet. Hiervoor heeft hij meestal alleen de maximale omgevingstemperatuur als indicatie ter beschikking. Voor goedgekeurde installatieklemmen conform EN 60998, zonder verdere informatie, geldt volgens de norm een maximale continue bedrijfstemperatuur van 85 °C. Ervan uitgaande dat de maximale opwarming aan de desbetreffende klem ten volle benut is, blijft na aftrek van de normatief maximaal toegelaten opwarming van 45 K (komt overeen met 45 °C) een nog toegelaten maximale omgevingstemperatuur over van 40 °C.

Fabrikanten kunnen ook hiervan afwijkende temperaturen opgeven.

Dit zijn dan in principe eveneens continue bedrijfstemperaturen. Als men hiervan ook de maximale opwarming van 45 K aftrekt, bekomt men de maximaal toegelaten omgevingstemperatuur.
WAGO maakt precies van deze mogelijkheid gebruik. Tenzij anders vermeld, geldt voor WAGO-installatieklemmen een maximale continue bedrijfstemperatuur van 105 °C. Na aftrek van de maximale opwarming van 45 K resteert nog een toegelaten maximale omgevingstemperatuur van 60 °C. Zodoende zijn WAGO-installatieklemmen in principe toegelaten voor hogere temperaturen, en overtreffen ze de normatieve eisen.
Goedkeuring voor hogere omgevingstemperatuur mogelijk
DIN EN 60998 biedt verder de mogelijkheid om klemmen voor hogere omgevingstemperaturen goed te keuren. Dit gebeurt doordat de fabrikanten constructieve maatregelen aan de klem treffen, bijvoorbeeld door meer of kwalitatief betere materialen te gebruiken en er zo voor te zorgen dat de klemopwarming tot een minimum wordt beperkt. Aansluitklemmen die goedgekeurd zijn voor een continue bedrijfstemperatuur van meer dan 85 °C, worden in het certificaat conform EN 60998 voorzien van een T-aanduiding, b.v. T55. Deze T-markering bestaat uit de voorafgaande T gevolgd door een getal dat de maximale omgevingstemperatuur voor deze klem aangeeft.
Maximale omgevingstemperatuur:
  • Maximale temperatuur in °C van de omgevingslucht waarin de klem kan worden gebruikt. De maximale omgevingstemperatuur komt ook overeen met de normatieve T-markering (bijv. T85).
Maximale opwarming:
  • Maximaal toelaatbare temperatuurstijging in Kelvin bij ongunstigste elektrische belasting.
  • Dit wordt veroorzaakt door de elektrische stroom in de klem. De maximale opwarming bij verbindingsklemmen die conform EN 60998 zijn goedgekeurd, is normatief tot 45 K (komt overeen met een temperatuurstijging van 45 °C) beperkt. De klemmenfabrikanten hanteren deze maximaal toegelaten opwarming principieel bij het ontwerpen van hun klemmen om het materiaal dat voor de geleidende klemmencomponenten wordt gebruikt binnen de economische perken te houden.
Maximale continue gebruikstemperatuur
  • De maximale temperatuur in °C die de klem bij continu gebruik mag bereiken.
  • Dit is de som van de maximaal toegelaten omgevingstemperatuur en de maximaal toegelaten opwarming.
Bij klemmen die als dusdanig zijn gemarkeerd, is het berekenen van de toegelaten omgevingstemperatuur niet nodig. Deze wordt hier direct als getalwaarde gegeven. De nieuwe COMPACT-verbindingsklem is door zijn aanzienlijk geringere opwarming als normatief toegelaten en is voor alle geleidersoorten van de serie 221 voorzien van de markering T85. Zo kan de klem worden gebruikt bij omgevingstemperaturen tot 85 °C.
Sommige WAGO-installatieklemmen zijn ontworpen voor speciale toepassingen. Daarom hebben ze vaak specifieke maximale temperatuurbereiken, die meestal duidelijk hoger liggen dan de normatieve eisen voorschrijven. De temperaturen van de WAGO-installatieklemmen zijn in de tabel samengevat.

Tip: deskundige beoordeling van de opwarming van installatieklemmen

Eisen conform nieuwe norm IEC 61439
Sinds november 2014 moeten alle laagspanningsschakel-en-verdeelinrichtingen in de Europese Economische Ruimte voldoen aan de eisen van de nieuwe norm IEC 61439. Om personen en installaties in de elektrische installatie te beschermen, specificeert de norm veiligheidstechnische eisen voor schakelapparatuur, zoals de distributie van elektrische energie in gebouwen en industriële toepassingen. Dit resulteert in nieuwe eisen en verantwoordelijkheden voor planners, elektriciens en eindklanten.
Verantwoordelijkheid voor de ontwerpverificatie
De nieuwe norm maakt een onderscheid tussen de oorspronkelijke fabrikant en de fabrikant. Volgens de norm is de originele fabrikant diegene die de schakelinstallatie oorspronkelijk construeerde. Volgens IEC 61438 moet hij voor de ontwerpverificatie zorgen. In het kader van de ontwerpverificatie moeten diverse afzonderlijke certificaten worden omgezet, onder meer de verificatie van de opwarmingsgrenzen.
Om de opwarmingsgrenzen succesvol aan te tonen, moet de oorspronkelijke fabrikant bewijzen dat het vermogensverlies van de stroomvoerende bedrijfsmiddelen veilig wordt afgevoerd, zodat de binnentemperatuur in de schakelkast niet te hoog wordt.
Voor schakelinstallaties tot 1600 A kunnen de vermogensverliezen van de gebruikte bedrijfsmiddelen volgens DIN EN 61439 worden berekend. Bij schakelinstallaties boven 1600A moet de warmteontwikkeling worden gemeten.

Max. 1 Watt vermogensverlies

Berekening van het vermogensverlies van rijg- en verbindingsklemmen:

Voor rijgklemmen is het vermogensverlies beperkt door de productstandaard. Volgens EN 60947 bedraagt het maximaal toegelaten spanningsverlies 3,2 mV per klemdoorgang bij 1/10 nominale stroom. Om het vermogensverlies te berekenen, kan dus een maximale spanningsval van 32 mV bij volle nominale stroom per belast stroompad worden gebruikt. Deze grenswaarde wordt door WAGO etage installatieklemmen soms aanzienlijk onderschreden. Bij de meeretage installatieklem 2003-7642 ligt het spanningsverlies per klemdoorgang bijvoorbeeld tussen 20,8 mV en 25,6 mV bij volle nominale stroom.
Voor het berekenen van de opwarmingsgrenzen voor de WAGO meeretage installatieklemmen van de serie 2003 kan zodoende worden uitgegaan van een maximaal vermogensverlies van 1 W per klemdoorgang. Dit vloeit voort uit het feit dat de klemmen geschikt zijn voor kabels van 4 mm² met een nominale stroom van 32 A.

Praktische tips voor installatie en toepassing

  • Veilige installatie dankzij krachtige aansluitklemmen!
  • Isolatieweerstandsmeting in vaste stroomkringen in gebouwen

Tip: veilige installatie dankzij krachtige verbindingsklemmen!

In het algemeen moeten elektrische kabels zo worden gekozen dat ze tijdens het bedrijf niet warmer worden dan de opgegeven bedrijfstemperatuur. De opwarming van een kabel is in de eerste plaats het gevolg van de stroom waarmee de kabel wordt belast.
Het maximaal stroomvoerende vermogen van een kabel bepaalt de overeenkomstige maximaal toegelaten stroomwaarden waarmee de kabel - evenwel onder bepaalde voorwaarden - mag worden belast. Wie een veilige elektrische installatie wil garanderen, moet installatiemateriaal gebruiken dat bestand is tegen de bedrijfsomstandigheden op het terrein.

Om deze reden beveelt DIN VDE 0298-4 voor de stroombelastbaarheid van kabels waarden aan die afhankelijk zijn van parameters zoals de omgevingstemperatuur, de dwarsdoorsnede of de plaatsingswijze. Zowel nationaal als internationaal zijn de plaatsingswijzen A1, A2, B1 en B2 van bijzonder groot praktisch belang . Hierin wordt de plaatsing op en in wanden evenals in vloeren beschreven, telkens in leidingen of kanalen voor elektrische installaties. Net zoals de bedrijfstemperatuur en de geleiderdoorsnede resulteren de maximale belastingsstromen uit de plaatsingswijze.

EN 60998 als basis voor normatieve controle van verbindingsklemmen
Op basis van hun bijzondere praktische betekenis zijn deze maximale belastingsstromen ook opgenomen in de productnorm EN 60998 voor verbindingsklemmen. Deze vormen bijgevolg de basis voor de normatieve controle van verbindingsklemmen. Fabrikanten van installatiemateriaal hebben de mogelijkheid om hun producten tot de eisen te beperken. Zo zou bijvoorbeeld een klem, die bedoeld is voor de aansluiting van een geleider met een doorsnede van 4 mm², alleen worden goedgekeurd voor een stroomwaarde van 24 A in plaats van de 32 A die nodig is voor een optimaal gebruik van de geleider. In zulke omstandigheden verandert het installatiemateriaal in een "stroomremmer". De beveiligingtoestellen moeten dan overeenkomstig aan het geringere vermogen van het installatiemateriaal worden aangepast. WAGO-installatieklemmen hebben steeds het maximaal stroomvoerende vermogen van de maximaal aansluitbare geleider. Zo veranderen ze binnen de elektrische installatie nooit in stroomremmers. Zo hoeven gebruikers de beveiligingstoestellen niet kleiner te dimensioneren om het aansluitmateriaal te beschermen.

Tip: meting van de isolatieweerstand in vaste stroomkringen in gebouwen

In gebouwen voor het grote publiek - bijv. in ontmoetingsplaatsen, warenhuizen, ziekenhuizen, scholen, treinstations en hotels conform VDE 0100-718 en in brandgevaarlijke bedrijfsruimten conform VDE 0100-482 - moet de meting van de isolatieweerstand op regelmatige basis worden doorgevoerd. De meting is ook een vast onderdeel van de E-CHECKS, die in toenemende mate op vrijwillige basis wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld door verhuurders voorafgaand aan de oplevering van gehuurde panden, om de goede staat van de elektrische installatie in deze gebouwen te documenteren.
Voor de normatieve meting worden twee gevallen onderscheiden: de eerste meting moet conform DIN VDE 0100-600, 2008-06 worden uitgevoerd. De isolatieweerstand moet tussen beide actieve geleiders en de aardleiding worden gemeten. Daarbij mogen de fase L en de nulgeleider N met elkaar elektrisch worden verbonden. Bij herhalingsmetingen daarentegen moet de norm DIN VDE0105-100/A1, 2008-06 worden nageleefd.

TOPJOB®S meeretage installatieklemmen met interne scheiding, serie 2003, voor toepassingen in kleine stroomkringen.

Daarbij moeten aanvullende voorzorgsmaatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat de periodieke keuring geen gevaar oplevert voor personen of vee. Eigendommen noch bedrijfsmiddelen mogen worden beschadigd, ook niet in geval van storingen in de stroomkring. Om beschadiging van de bedrijfsmiddelen door een hogere testspanning van bijvoorbeeld 500 V te voorkomen, wordt in deze norm ook aanbevolen om de beide actieve geleiders L en N tijdens de meting te verbinden.

De N/L-testadapter: voor meer veiligheid en minder inspanning
De isolatieweerstandsmeting met de aangesloten actieve geleiders L en N heeft twee grote voordelen: enerzijds profiteren elektriciens van een grotere efficiëntie door halvering van de testinspanning, aangezien voor een intacte installatie slechts één meting nodig is in plaats van twee afzonderlijke metingen. Anderzijds zorgt de meting ervoor dat de in de stroomkring aangesloten apparatuur beschermd is tegen vernieling door de hoge testspanning in geval van storingen in het systeem.
Omdat het volgens de normatieve eis mogelijk moet zijn om in elk afzonderlijk uitgaand circuit met geleiderdoorsneden van minder dan 10 mm² de isolatieweerstand van alle geleiders tegenover de aarde te meten zonder de nulgeleider los te moeten koppelen, worden in deze systemen etage installatieklemmen met N-scheiding gebruikt.
De TOPJOB®S etage installatieklemmen met interne scheiding van de serie 2003 zijn voorzien van een interne scheidingsmogelijkheid op het bovenste aansluitniveau, bijvoorbeeld de scheiding van de N-potentiaal. De specifiek hiervoor ontwikkelde N/L-testadapter (2003-499) verbindt beide bovenste klemniveaus in de gescheiden toestand en maakt zo een eenvoudige en betrouwbare isolatieweerstandsmeting mogelijk.

Uw voordelen in één oogopslag:

  • Hoge nominale stromen zorgen voor talrijke toepassingen en een veilige werking
  • Innovatieve N/L-testadapter waarborgt een rendabele combinatie van de actieve geleiders en extra bescherming van aangesloten apparaten
  • De basisklem maakt het gebruik met een nieuwe dubbele zekeringhouder als zekeringsklem in de standaarduitsparing van de verdeler mogelijk.
  • Door de compacte afmetingen is er veel plaats voor het aansluiten
  • Meeretage-installatieklemmen met interne scheiding kunnen gezamenlijk in de verzamelrail (10 x 3 mm) worden geplaatst