Select language

In veel Zwitserse treinstations gaan de lichten al aan voordat de eerste passagiers arriveren. Dit geldt ook voor locaties waar geen personeel aanwezig is. Naast verlichting zijn er nog andere systemen die SBB moet aansturen en bewaken, bijvoorbeeld liften, roltrappen, klokken, deursloten, gebouwentechnische installaties en pompen. Deze taak is tot dusverre uitgevoerd door ongeveer 23 verschillende controlesystemen verspreid over Zwitserland. In 2005 startte SBB een project om deze verschillende systemen te vervangen door een nieuwe oplossing. “We wilden de complexiteit verminderen en zo de kosten transparanter maken”, legt Milun Bozovic, Product Manager Building and Control Technology bij SBB, uit. Eind 2012 was het dan zover: het SBB controle- en storingsmeldingssysteem (LSS-CH) werd na een uitrol van vier jaar over de hele linie in gebruik genomen.

Met de LSS-CH bewaakt en bestuurt SBB de elektrische systemen van het spoor. Deze omvatten verlichting, liften, roltrappen, klokken, gebouwentechnologische systemen, deursloten en pompen.

Hoge mate van standaardisatie

SBB rust ongeveer 1.500 locaties uit met een programmeerbare logische controller (PLC) van WAGO voor data-acquisitie op locatie. Elke locatie wordt op dezelfe manier in gebruik genomen: SBB bereidt de besturingen centraal voor, en elke PLC heeft dezelfde software en dezelfde referenties. De SBB installeert vervolgens de automatiseringsboxen en verbindt deze via het SBB-datanetwerk met het besturingssysteem. Zo kan ze in één dag een locatie ombouwen en in gebruik nemen. De locaties zijn van verschillende grootte. Daarom zijn er 2 versies van de WAGO-besturing: hoe meer datapunten een locatie heeft, hoe groter de WAGO-controller moet zijn. De kleine controller is ontworpen voor 60 datapunten, de grote voor 200. Bozovic legt uit: “We bouwen geprefabriceerde automatiseringskasten. Deze zijn echter flexibel opgebouwd en kunnen indien nodig worden aangevuld met extra modules.“ De WAGO-controllers worden normaal geprogrammeerd met CODESYS. Maar omdat elke stationsmeester de besturing moet kunnen bedienen, gebruikten de ingenieurs de webserver op de WAGO-besturing. Dit maakt configuratie via een browser en de grafische gebruikersinterface mogelijk. Hiermee is een hoge mate van standaardisatie bereikt. Milun Bozovic: “De treinstations zijn verschillend. Maar ze hebben vergelijkbare faciliteiten die gemonitord dienen te worden. Overal is verlichting, een klok of een pomp. ”Momenteel zijn er zes 24-uurslocaties van waaruit alle elektrische systemen op het spoor van SBB Infrastructure worden bewaakt. Vanaf 2015 zijn er dat nog vier.

SBB Infra zal vanaf 2015 op vier locaties de elektrische installaties van het spoor monitoren en aansturen.

De software is ontworpen voor het maximale. De besturingen zijn op elke manier te combineren, maar werken altijd met dezelfde software. De besturingen kunnen in heel Zwitserland zelfstandig gegevens met elkaar uitwisselen. SBB beheert alle knooppunten centraal via een engineeringdatabase, waarin ook de grafische interfaces per locatie worden opgeslagen. De integrator legt eerst vast welke verlichtingsgroepen, liften, pompen en andere systemen worden bewaakt. Vervolgens ontwerpt hij de grafische gebruikersinterfaces zo dat verschillende hiërarchische niveaus aangeven waar welk systeem zich bevindt.

Met de geprefabriceerde automatiseringsboxen kan de integrator in één dag een locatie ombouwen en in gebruik nemen.

Nauwkeurig lokaliseren

De LSS-CH bevat momenteel meer dan 250.000 datapunten. Om deze overvloed bij te houden, moest een uniforme naam worden ingevoerd. Dankzij het systeemidentificatiesysteem (AKS) heeft elk systeem vandaag de dag een unieke naam binnen LSS-CH, tot aan de laatste draad die ergens in een controller vastzit. Evenzo heeft elk systeem, elke verdieping, elk gebouw en elke locatie zijn eigen code. Dit maakt het gemakkelijk om erachter te komen waar de fout zit. Het storingsmeldingssysteem is in heel Zwitserland uniform. Elk treinstation is op dezelfde manier ontworpen en bediend. "De werknemer die vandaag in Zürich werkt, kan morgen in Lausanne blijven werken", zegt Milun Bozovic. Een andere vereiste was dat elk onderdeel en elk systeem consistent in drie talen zou werken: Duits, Frans en Italiaans. Op deze manier kan de medewerker eenvoudig de taal in het systeem wijzigen terwijl de grafische elementen ongewijzigd blijven.

Verbinding met het SBB-datanetwerk vereist

SBB heeft ongeveer 33 miljoen Zwitserse frank geïnvesteerd in het grootschalige LSS-CH-project om elektronische spoorsystemen te monitoren. "Voor ons is de LSS-CH een product dat we verkopen aan andere spoorwegen of binnen de groep", legt Bozovic uit. SBB Immobilien gebruikt het ook om bijvoorbeeld brandmeldinstallaties, roltrappen en liften in grote treinstations te bewaken en te besturen. Het systeem communiceert uitsluitend via het datacomnetwerk van de SBB. Daarom moeten klanten die de LSS-CH willen gebruiken een Datacom-verbinding hebben. Milun Bozovic legt uit: "De klant krijgt ruimte op onze servers, maar heeft dan zijn eigen bewakingsstation." Er zijn veiligheidsoverwegingen achter deze vereiste. Met zijn datacomnetwerk in 24-uurs werking, garandeert SBB minder dan vier uur downtime per kwartaal. En de besturing biedt ook een hoge mate van betrouwbaarheid: "We hebben al meer dan 1000 WAGO-stations geïnstalleerd, het systeem heeft zichzelf bewezen", zegt Bozovic.

Als in een tunnel noodverlichting is ingeschakeld, geeft de LSS-CH dit aan. Omdat op bepaalde locaties elke twee minuten een trein rijdt, worden in de meldkamer direct maatregelen genomen om het getroffen baanvak te blokkeren.

Tekst: Stephan Rey, WAGO

Foto: SBB, WAGO

Productoverzicht

Uw contactpersoon bij WAGO

Market Management Industry Process